HENK HELMANTEL

De techniek van Henk Helmantel

In de late 60-er jaren schilderde ik in heel dunne lagen; er zijn schilderijen van mij waarbij je in de slotlaag de potloodlijnen nog ziet schemeren. Sinds de jaren 80 ben ik toch wat ruller gaan schilderen. Dat wil zeggen dat ik de huid van de schilderijen probeer te verrijken met kleurnuanceringen en zo meer body krijg. Ik vind dat ook boeiend in andermans werk. Maar echt schokkend is deze ontwikkeling niet geweest.


Ik werk meestal op masoniet waarop eerst een potloodschets word gemaakt, vrij exact. Daarover heen komt een dunne laag olieverf te staan als de eerste opzet, die vervolgens droogt en dan kan ik verder met de tweede laag. Die laag geeft echt body aan de zaak. Is deze laag droog dan probeer ik de zaak te verfijnen, overgangen van schaduwen naar licht zodanig te maken dat het optimaal werkt. De laatste laag is heel transparant; daarin maak je gebruik van de onderliggende lagen. Je gebruikt dan veel medium - in mijn geval olie - met een toefje kleur. Dat noemen wij glaceren; in glaceren zit het woord glas, die laag is heel doorzichtig. Op die manier verrijk je en verdiep je de oppervlakte van de huid van het schilderij.